'Gameverslaafde moeilijker te helpen dan marihuanaverslaafde

Vorig artikel Volgend artikel

'Gameverslaafde moeilijker te helpen dan marihuanaverslaafde

Keith Bakker leidde in Wassenaar (Amsterdam) een centrum waar jongeren die met een marihuanaverslaving kampten hulp werd geboden. Veel van deze tieners speelden ook graag videogames. Maar toen een jonge druggebruiker acht uur onafgebroken achter een spelconsole bleef zitten en dat de dag erna nog eens deed, begon Bakker te begrijpen dat hij met een gameverslaafde te maken had.

Bakker ging op zoek naar een centrum dat gameverslaafden kon helpen, maar moest vaststellen dat zulke centra niet bestonden. Met een aantal geneeskundigen zette hij dan maar zelf een programma op. Het afkicken van een gameverslaving bleek al snel moeilijker dan het afkicken van marihuna. Het programma kende succes en naast jongeren die een drugverslaving combineerden met een gameverslaving, boden zich steeds meer jongeren aan die enkel gamers waren. Het Smith & Jonescentrum krijgt nu wekelijks een 50-tal e-mails omtrent dit onderwerp.

Meestal zijn de patiënten jonger dan 23; in 95% van de gevallen gaat het om jongens. Ondertussen hebben al honderden gamers bij Keith Bakker hulp gevonden:

‘Het eerste wat we doen is het ontkenningsgedrag aanpakken; eens ze accepteren dat ze een probleem hebben starten we een activiteitenprogramma waar we ze opnieuw de waarde van niet-virtuele teamspelletjes laten ontdekken. Pailntball, muurklimmen... dat soort zaken...

Videospelletjes hebben de volledige leefwereld van zo'n verslaafde ingenomen. Ze zijn bang dat als ze stoppen ze geen vrienden meer zullen hebben. Wie afhaakt, laat zijn familie zitten, denken ze, en dat is best moeilijk voor een 15-jarige.

Een jongen zei me onlangs dat ie voor de tweede keer in zijn leven liefde voelde. De eerste keer was dat in World of Warcraft, de tweede maal bij ons in het centrum. Dat is triest, want hij heeft ook ouders en een vriendenkring. 90% van de patiënten heeft trouwens niet eens een gameverslaving, ik noem het eerder een ‘gaming disorder'. Meestal gaat het om een gebrek aan ouderliefde, het maken van verkeerde keuzes en maatschappelijke problemen. Via het internet kunnen deze jongeren ontsnappen aan die problematiek. Maar dan zijn er te weinig mensen in de buurt die ze op de gevaren van verslaving kunnen wijzen. Als we de ouders vragen waarom ze zo'n computer niet gewoon weggooien, verzinnen ze tal van excuses.

Ouders komen naar me toe en zeggen: ‘Regel dit voor mijn kind.' Ik zeg dan: ‘Neem liever je gold card en trek er een week op uit met je zoon. Maar dat willen ze niet; de kinderen evenmin. We hebben gewoon een maatschappelijk omslagpunt bereikt.'

[Gebaseerd op: Financial Times]